Hof 's-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:4051
Art. 36 IW. Aansprakelijkstelling bestuurder. Niet horen voorafgaand aan het vaststellen van de beschikking is niet in strijd met een nationaal verdedigingsbeginsel of een ander algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Het hof acht aannemelijk dat de BV met de overdracht van de uitzendactiviteiten heeft besloten haar activiteiten te beëindigen. Nu de BV niet in staat was al zijn schuldeisers te voldoen en de BV betalingen heeft verricht aan schuldeisers die gelieerd zijn aan haarzelf, is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Aansprakelijkstelling is terecht, maar wordt wel verminderd omdat de naheffingsaanslagen tot te hoge bedragen zijn vastgesteld. Verder is aannemelijk dat nettoloonafspraken zijn gemaakt, waarbij geen onkostenvergoedingen met de werknemers zijn overeengekomen, anders dan een kilometervergoeding. De correcties van vergoedingen aan werknemers moeten worden gebruteerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576
- HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:127
- HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3270
- HR 9 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:31
- HR 13 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2586
- HR 14 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:AU0838
- HR 3 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0821
- HR 13 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5644
- HR 18 december 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH8148