Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:127
BPM; invoer gebruikte auto met essentiële gebreken. Door de werkwijze die wordt gevolgd door de Inspecteur en de RDW – te weten dat bij een zogenoemde WOK-auto (‘wacht op keuring’) een fiscaal akkoord slechts wordt afgegeven ná herstel van de essentiële gebreken, dan wel vóór herstel van de essentiële gebreken maar dan uitsluitend indien aangifte wordt gedaan voor het volledige bedrag van de bruto BPM – wordt een in te voeren auto met een WOK-status anders behandeld dan auto’s die al op de Nederlandse markt worden verhandeld met een WOK-status. Niet uitgesloten kan worden in een dergelijk geval dat een ingevoerde gebruikte auto in bepaalde gevallen is onderworpen aan een hogere belasting dan de belasting die nog rust op de waarde van gelijksoortige, reeds op het nationale grondgebied geregistreerde auto’s. De door art. 8, lid 3, Uitvoeringsregeling BPM opgeworpen belemmering is dan ook in strijd met het Unierecht. Verder heeft belanghebbende geen recht op toepassing van het historisch tarief dat gold tot 1 juli 2012, nu gesteld noch gebleken is dat de auto een productiedatum heeft die is gelegen voor die datum.
De uitspraak op rechtspraak.nl