Hof 's-Hertogenbosch 31 december 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4711
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW. Onderscheid tussen de bestuurder en de mede op grond van artikel 2:11 BW aansprakelijke personen. De aangesproken indirecte bestuurder kan, ook nu twee directe bestuurders niet in hoger beroep zijn gekomen, in het kader van verweer betwisten dat de directe bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld, kan aanvoeren dat er een andere belangrijke oorzaak van het faillissement is dan onbehoorlijke taakvervulling van de directe bestuurder en kan ook een beroep doen op disculpatie en matiging. Gezag van gewijsde van beslissingen ten aanzien van directe bestuurders, waar hier geen beroep op is gedaan, doet daar niet aan af want het gaat hier niet om een ondeelbare rechtsverhouding. In casu boekhoudplicht en publicatieplicht geschonden. Daaruit volgend vermoeden niet weerlegd. Beroep op disculpatie en matiging verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl