Hof 's-Hertogenbosch 31 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:382

Belanghebbende is een Oostenrijkse privatstiftung en verzoekt om teruggaaf van dividendbelasting die is ingehouden op dividenden van een Nederlandse vennootschap waarin zij belegt. Zij is opgericht door [B]. Zij is in Oostenrijk onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. De uit Nederland ontvangen dividenden zijn in Oostenrijk vrijgesteld van belastingheffing, zodat er voor belanghebbende geen mogelijkheid was om de dividendbelasting te verrekenen met een winstbelasting. Ook wordt in Oostenrijk voor deze dividendbelasting aan belanghebbende geen tegemoetkoming verleend. Het Hof is van oordeel dat [B] over het vermogen van belanghebbende kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Belanghebbende is daarom niet de uiteindelijk gerechtigde tot het vermogen en tot de dividenden. Het Hof verwerpt het betoog van belanghebbende dat de ‘transparantie-jurisprudentie’ niet doorwerkt naar de dividendbelasting. Belanghebbende heeft geen recht op teruggave van dividendbelasting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken