Hof 's-Hertogenbosch 31 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:377
Omzetbelasting. Tarief. Volgens artikel 32 Wet OB wordt belanghebbende geacht zijn leveringen in Nederland te verrichten, voor zover hij niet aan de hand van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers het tegendeel aantoont. Over het vervoer vanaf belanghebbende naar zijn afnemer heeft belanghebbende verklaard dat hij het transport van de auto’s niet heeft geregeld, en die transporten ook niet heeft betaald. Vast staat derhalve dat de auto’s niet door of voor rekening van belanghebbende in het kader van zijn levering naar een andere lidstaat zijn vervoerd. Nu de identiteit van de afnemer van belanghebbende niet is komen vast te staan, heeft belanghebbende ook niet aannemelijk gemaakt dat zijn afnemer de auto’s naar een plaats buiten Nederland heeft vervoerd, danwel dat dit of voor rekening van zijn afnemer zou zijn gebeurd. Geen opgewekt vertrouwen. Nultarief niet van toepassing. Het hoger beroep is ongegrond. Wel moet aan belanghebbende een immateriële schadevergoeding worden betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl