Hof 's-Hertogenbosch 10 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:501

Naar het oordeel van het Hof vallen grondstaffels onder de toepassing van artikel 40 van de Wet WOZ, aangezien deze staffels van belang kunnen zijn voor de controle van de voor een onroerende zaak vastgestelde waarde. Voorts had, naar het oordeel van het Hof, de Heffingsambtenaar de grondstaffel, als zijnde een op de zaak betrekking hebbend stuk als bedoeld in de zin van artikel 7:4, lid 2, van de Awb, voorafgaand aan het horen ter inzage moeten leggen. Het argument van de Heffingsambtenaar dat het geven van inzage in de grondstaffel in het onderhavige jaar op praktische problemen stuitte, wordt door het Hof verworpen. De Heffingsambtenaar dient, naar het oordeel van het Hof, zijn administratie zodanig in te richten dat de noodzakelijke bouwstenen voor de waardebepaling hieruit op doelmatige wijze zijn te destilleren. Voorts komt het Hof tot het oordeel dat de Heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak, alsmede de daarop gebaseerde aanslag, niet te hoog zijn vastgesteld. Het ten onrechte weigeren om de grondstaffel te verstrekken vormt voor het Hof echter aanleiding de Heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van de hoger beroepsfase aan de zijde van belanghebbende.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken