Hof 's-Hertogenbosch 10 november 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4841

Belanghebbende is als beroepsmilitair/luchtverkeersleider door de Bundeswehr gedetacheerd bij de F in G. Belanghebbende woont in Nederland, maar is sociaal verzekerd in Duitsland. Hij is vrijgesteld van de Duitse Rentenversicherung. Met zijn tewerkstelling bij F was belanghebbende echter ingevolge het Soldatenversorgungsgesetz, ter voorkoming van verlies van pensioenrechten, gehouden een Versorgungszuslag te betalen aan het Duitse Ministerie van Defensie. Op 1 april 2014 is belanghebbende met pensioen gegaan en ontvangt hij een zogenoemd Versorgungsbezug. In 2011 heeft belanghebbende € 11.107 aan Versorgungszuslag betaald aan het Duitse Ministerie van Defensie. F heeft aan belanghebbende bruto € 5.496,29 betaald als werkgeversbijdrage in deze Zuslag. In geschil is of belanghebbende de betaalde Zuslag in mindering mag brengen op zijn belastbaar inkomen uit werk en woning over 2011. Het Hof beantwoordt deze vraag positief. De wettelijke regeling op grond waarvan de Versorgungszuslag wordt betaald komt zozeer overeen met de Rentenversicherung dat de inspecteur is gehouden aan belanghebbende een faciliteit te verlenen die hetzelfde resultaat geeft als de regeling die in het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 24 maart 2014, nr. DGB 2014/144M, is getroffen voor de Rentenversicherung. Hetzelfde resultaat wordt bereikt door belanghebbende toe te staan dat hij de betaalde Versorgungszuslag als negatief loon in mindering kan brengen op zijn belastbaar inkomen uit werk en woning over 2011.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken