Hof 's-Hertogenbosch 7 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3839
Verzoek om ambtshalve vermindering van aanslagen IB/PVV 2010 en 2011. Belanghebbende heeft recht op jaarlijkse uitkeringen uit een stamrecht BV. De uitkeringen worden sinds het jaar 2000 grotendeels bijgeschreven als vordering op de BV. In de jaren 2008 tot en met 2011 is de volledige stamrechtuitkering omgezet in een vordering van belanghebbende op die BV. Het Hof oordeelt in navolging van de Rechtbank dat de stamrechtuitkeringen in 2010 en 2011 zijn genoten omdat zij in die jaren zowel vorderbaar en inbaar als rentedragend waren. De uitkeringen waardeert het Hof met toepassing van artikel 3.144 van de Wet IB 2001 op de waarde in het economische verkeer. Anders dan partijen en de Rechtbank is het Hof van oordeel dat artikel 45aa, aanhef en onder e, van de Uitvoeringsregeling Inkomstenbelasting 2001 in dit geval niet van toepassing is. Het Hof concludeert dat de Inspecteur ten onrechte de ambtshalve vermindering heeft geweigerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl