Hof 's-Hertogenbosch 3 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:361

WOZ-waarde van schoolgebouwen is vastgesteld op de gecorrigeerde vervangingswaarde. Bij de waardebepaling van de grond van de schoolgebouwen dient, gelet op de in artikel 4 van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ opgenomen uitgangspunten, te worden uitgegaan van het totaal aantal vierkante meters grond dat belanghebbende tot haar eigendom rekent en niet van het aantal m² brutovloeroppervlakte (BVO). Ten aanzien van één van de schoolgebouwen overweegt het Hof dat de Heffingsambtenaar de door hem verdedigde waarde aannemelijk heeft gemaakt, omdat ten aanzien van dit perceel op de waardepeildatum een verkoopplan bestaat ten behoeve van de bouw van nieuwbouwappartementen. Naar het oordeel van het Hof maakt de Heffingsambtenaar ten aanzien van de overige schoolgebouwen met de ‘Kaderbrief grondprijzen’ en door hem aangehaalde verkooptransacties de door hem verdedigde waarde van de grond niet aannemelijk. Naar het oordeel van het Hof kan niet gezegd worden dat een uitgifteprijs van € 225 exclusief btw per m² een reële afspiegeling is van de marktwaarde. Ook de drie verkooptransacties bieden daartoe onvoldoende steun. Belanghebbende maakt de door haar verdedigde waarde van de grond evenmin aannemelijk. Belanghebbende heeft voor de grond een waarde in aanmerking genomen van € 135 exclusief btw per m². Dit bedrag is (ongeveer) het gemiddelde van grondwaardes per m² van 9 Brabantse gemeenten. Het Hof acht dit een te globale benadering en daar komt bij dat in de berekening ook waardes zijn betrokken van aanzienlijk kleinere gemeenten. De verkooptransactie die belanghebbende ter onderbouwing heeft aangedragen acht het Hof niet geschikt. Het Hof stelt in 15 van de 17 in geschil zijnde zaken de WOZ-waarde op de waardepeildatum in goede justitie vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen