Hof 's-Hertogenbosch 4 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1914

Leges bouwvergunning. Uitleg legessanctie van artikel 3.1, lid 4, van de Wet op de ruimtelijke ordening. Het Hof is van oordeel dat uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de term "rechten ter zake van ( ... ) door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan" in artikel 3.1, lid 4, van de Wro ruim moet worden uitgelegd. Dat past ook bij de bedoeling van de wet: het inbouwen van een financiële prikkel op het actief naleven van de actualiseringsverplichting. Onder de hiervoor bedoelde term vallen blijkens de letterlijke tekst van de toelichting ook de leges ter zake van bouwactiviteiten. Op grond van artikel 2.3.1.1 van de Tarieventabel wordt één totaalbedrag aan leges geheven indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en een andere aanvraag dan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is in het onderhavige geval niet ingediend. Voor zover de Heffingsambtenaar stelt dat in het kader van de aanvraag ook andere – legesplichtige - werkzaamheden zijn verricht die niet samenhangen met het bestemmingsplan, zijn deze werkzaamheden naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt. Het Hof verklaart het hoger beroep van de Heffingsambtenaar ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen