Hof 's-Hertogenbosch 13 april 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1582
In deze zaken neemt een echtpaar (een eenverdienersgezin zonder kinderen) hun aanslagen inkomstenbelasting 2013 als aanknopingspunt om op te komen tegen de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de partner zonder inkomen. Het Hof beslist dat het hoger beroep van de echtelieden ongegrond is. Het is niet aan de rechter om te treden in de politieke afwegingen en keuzes van de wetgever, en de rechter mag de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet beoordelen. De gewraakte bepaling levert volgens het Hof ook geen strijd op met door de echtelieden aangevoerde bepalingen van Europees recht of andere internationale verdragsbepalingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 7 juli 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0707JUD003745202
- EHRM 4 november 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1104JUD004218405
- EHRM 29 april 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0429JUD001337805
- HR 16 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:AY9475
- EHRM 12 april 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0412JUD006573101
- EHRM 26 juli 2005, ECLI:CE:ECHR:2005:0726JUD007331601
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 10 juni 2003, ECLI:NL:XX:2003:AV4014
- HR 10 augustus 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3598
- HR 15 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC5458
- HR 28 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5146
- EHRM 23 november 1983, ECLI:CE:ECHR:1983:1123JUD000891980