Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1315
In geschil zijn naheffingsaanslagen omzetbelasting 2009 en 2010. Belanghebbende heeft in 2009 een pand gekocht en na verbouwing in 2010 in gebruik genomen. Belanghebbende verhuurt een deel van het pand aan huurder X en stelt een (ander) deel van het pand om niet ter beschikking aan stichting Y. Voorts heeft belanghebbende in 2009 en 2010 kosten voor Y betaald en exclusief omzetbelasting in rekening-courant verrekend met de Y. Belanghebbende heeft de in verband met die kosten aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting in aftrek gebracht. Het Hof is van oordeel dat de verhuur van het pand aan X is vrijgesteld van omzetbelasting, nu niet is voldaan aan de voorwaarden van art. 11, eerste lid, aanhef, onderdeel b, ten vijfde, van de Wet OB 1968 juncto art. 6a, van de Uitvoeringsbeschikking OB 1968. De terbeschikkingstelling van het pand aan Y is voor belanghebbende een niet-economische activiteit waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Ter zake van de aan Y doorberekende kosten bestaat bij belanghebbende geen recht op aftrek van voorbelasting. De opgelegde boete is passend en geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl