Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:80
Art. 2f Wet op de accijns. Belanghebbende stelt zijn loods beschikbaar voor de opslag van goederen. In de loods wordt ingebroken. Belanghebbende doet aangifte. Politie treft onveraccijnsde sigaretten aan en schakelt de FIOD in. De Inspecteur heft bij belanghebbende, overeenkomstig bestaand beleid, niet na over de aangetroffen (en vernietigde) sigaretten, maar wel ter zake van sigaretten waarover belanghebbende heeft verklaard. Belanghebbende verklaart dat hij eerst bij de derde zending heeft bemerkt dat het om sigaretten ging. De Inspecteur houdt hiermee, na bezwaar, rekening. Hof oordeelt op grond van verklaringen van belanghebbende tijdens het FIOD onderzoek welke ter zitting worden bevestigd, dat belanghebbende feitelijk over de sigaretten kon beschikken en dat hij in ieder geval redelijkerwijs kon weten dat over de in geding zijnde sigaretten geen accijns in Nederland was betaald. Artikel 2f van de Wet op de accijns van is toepassing. Hoger beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl