Hof 's-Hertogenbosch 8 juli 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2734
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting van een vennootschap waarvan hij directeur en aandeelhouder is. Het Hof is van oordeel dat de Ontvanger aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van aan belanghebbende te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur; de Ontvanger heeft immers aannemelijk gemaakt dat belanghebbende geen stortingen ten gunste van de vennootschap heeft gedaan en dat belanghebbende zich ervan bewust was of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat zijn handelingen of gedragingen tot gevolg zouden hebben dat te weinig belasting zou worden betaald. Voorts is het Hof van oordeel dat het Europeesrechtelijke verdedigingsbeginsel niet is geschonden; niet aannemelijk is dat het besluitvormingsproces van de Ontvanger een andere afloop zou kunnen hebben gehad, indien hij belanghebbende vooraf op de hoogte had gesteld en hem in de gelegenheid had gesteld zich daarover uit te laten.
De uitspraak op rechtspraak.nl