Hof 's-Hertogenbosch 28 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:237
In geschil is de door de Rechtbank toegekende proceskostenvergoeding van € 367,50 voor het beroep bij de Rechtbank van de 18 onderhavige (samenhangende) zaken. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank met de door haar gehanteerde wegingsfactor van 0,25 onvoldoende rekening gehouden met de gecompliceerdheid van de zaak en de daarmee verband houdende werkbelasting van de rechtsbijstandverlener. In beroep waren naast de kostenvergoeding voor de bezwaarfase, waarvoor de gemachtigde van belanghebbende voor elk van de onderhavige zaken moest bezien wat de inhoudelijke grieven waren en of de naar aanleiding van die grieven alsnog verleende teruggave voortvloeit uit een aan de Belastingdienst te wijten onrechtmatigheid, ook diverse formele grieven en vergoeding van de rente als bedoeld in het arrest Mariana Irimie in geschil. Het Hof stelt de wegingsfactor op 1.
De uitspraak op rechtspraak.nl