Hof 's-Hertogenbosch 27 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2100
Aan belanghebbende is een bedrag van € 11,80 in rekening gebracht in verband met de aanvraag van een afschrift van een geboorteakte. Grondslag voor het in rekening gebrachte bedrag is het Legesbesluit akten burgerlijke stand dat is gebaseerd op de Wet rechten burgerlijke stand (wet van 23 april 1879, Stb. 1879, 72). Het Hof oordeelt dat het recht als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand niet een ingevolge de belastingwet genomen besluit is omdat de Wet noch het Legesbesluit als belastingwet is aan te merken in de zin van artikel 1 van de AWR. Bij of krachtens de Wet rechten burgerlijke stand is evenmin hoofdstuk V van de AWR van toepassing verklaard. Het recht als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand is ook niet aangeduid als een gemeentelijke belasting, zodat artikel 231 van de Gemeentewet in dit geval toepassing mist. Het besluit van de Heffingsambtenaar waarbij aan belanghebbende € 11,80 in rekening is gebracht is niet een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26 van de AWR. De Rechtbank heeft op het beroep van belanghebbende kennelijk als algemene bestuursrechter uitspraak gedaan. Derhalve kan tegen de beslissing van de Rechtbank geen hoger beroep bij de belastingkamer van het Hof worden ingesteld. Het Hof verklaart zich onbevoegd en draagt de griffier op het hoger beroepschrift door te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De uitspraak op rechtspraak.nl