Hof 's-Hertogenbosch 13 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1762

Eindbeslissing na arrest Hof van Justitie Europese Unie van 12 december 2013, C-486/12. Belanghebbende verzoekt om verstrekking van haar persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) in 2008 en 2009 in verband met een bij de kantonrechter lopende procedure inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften ter zake van een verkeersovertreding. De gemeente verstrekt een gewaarmerkt afschrift uit de GBA en brengt leges in rekening. Belanghebbende stelt dat geen leges kunnen worden geheven, omdat ingevolge Wet openbaarheid bestuur (WOB) de verstrekking van haar persoonsgegevens geen dienst zou zijn in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet (Hoge Raad 9 september 2011, nr. 10/04967, ECLI:NL:HR:2011:BQ4105 en Hoge Raad 8 februari 2013, 12/0529, ECLI:NL:HR:2013:BZ0693). De WOB dient te wijken voor bijzondere openbaarheidsregelingen met uitputtend karakter, neergelegd in wetten in formele zin. De Wet GBA is zo’n regeling, zodat de Wet GBA derogeert aan de WOB. De verstrekking van persoonsgegevens is dus gebaseerd op de Wet GBA en niet op de WOB. Deze verstrekking is dus wel een dienst. Volgens het HvJ mogen de leges op grond van een Europese richtlijn (95/46/EG) niet hoger zijn dan de kostprijs. De gemeente maakt niet aannemelijk dat de leges niet hoger zijn dan de kostprijs. De schriftelijke kennisgeving inzake de leges wordt vernietigd en belanghebbende krijgt gelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken