Hof 's-Hertogenbosch 7 januari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:15

In geschil is of voor het vaststellen van de verschuldigde BPM moet worden uitgegaan van de in de aangifte vermelde - daadwerkelijke - CO2-uitstoot van 388 gram per kilometer of van de in artikel 9, elfde lid, Wet BPM opgenomen CO2-uitstoot van 350 gram per kilometer. Op het moment waarop aangifte BPM moet worden gedaan is er niet altijd (meer) een certificaat van overeenstemming (CVO) beschikbaar en bij het ontbreken daarvan kan door de Inspecteur geen meting in de zin van artikel 6a, aanhef en onder d. Uitv.reg. BPM worden afgedwongen. De Inspecteur heeft verklaard dat niet kan worden uitgesloten dat bij vergelijkbare voertuigen, waarvan de uitstoot niet bekend was, geen meting heeft plaatsgevonden zodat bij die voertuigen van een uitstoot van 350 gram per kilometer is uitgegaan. Het Hof is dan ook van oordeel dat voor zover wordt uitgegaan van een hogere uitstoot dan 350 gram per kilometer, in strijd met artikel 110 VWEU wordt gehandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken