Hof 's-Hertogenbosch 13 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:871
Toeristenbelasting. Huisvesting Poolse werknemers. Verblijf tegen vergoeding in welke vorm ook? Belanghebbende biedt huisvesting aan Poolse werknemers die werkzaam zijn voor een buitenlands bedrijf, dat de afnemer is van producten die belanghebbende verkoopt. De Poolse werknemers verzorgen de oogst en verwerking van die producten. Volgens contractuele afspraken tussen belanghebbende en de afnemer wordt de huisvesting, althans formeel, om niet aangeboden aan de werknemers. De heffingsambtenaar van de betrokken gemeente vindt dat belanghebbende huisvestiging tegen vergoeding in welke vorm ook biedt. De Rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk. Het daartegen gerichte hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt door het Hof ongegrond verklaard. Het Hof acht wel aannemelijk dat belanghebbende uit commerciële overwegingen huisvesting heeft aangeboden aan de Poolse werknemers van de buitenlandse afnemer van haar producten. Commerciële overwegingen als zodanig zijn echter onvoldoende voor het oordeel dat huisvestiging tegen vergoeding, in welke vorm ook, is geboden. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat er, in weerwil van de formele contractuele afspraken, toch een vergoeding is overeengekomen. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl