Hof 's-Hertogenbosch 3 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:685

Geschil tussen advocaat en cliënt over hoogte van declaraties van de advocaat. Met de invoering van de Wet positie en toezicht advocatuur per 1 januari 2015 is de regeling van de begrotingsprocedure voor advocatensalarissen, zoals neergelegd in de artikelen 32 tot en met 40 Wbtz, komen te vervallen. Nu de advocaat in het onderhavige geval niet vóór 1 januari 2015 een begrotingsverzoek heeft ingediend, is het per 1 januari 2015 geldende recht van toepassing. Op grond hiervan is de burgerlijke rechter met ingang van 1 januari 2015 bevoegd is om over geschillen met betrekking tot de hoogte van declaraties van advocaten te oordelen, tenzij in de overeenkomst van opdracht tussen advocaat en cliënt is opgenomen dat geschilbeslechting plaatsvindt door middel van arbitrage of door middel van een vaststellingsovereenkomst. In het onderhavige geval is door geen van partijen op een dergelijke geschillenregeling een beroep gedaan, zodat het hof toekomt aan een inhoudelijke beoordeling over het tussen partijen bestaande begrotingsgeschil. De zaak is verwezen naar de rol voor overlegging van de dossiers waarop de door de advocaat in rekening gebrachte werkzaamheden hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen