Hof 's-Hertogenbosch 2 mei 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1219

Heffing van leges voor het aanvragen van een Nederlandse identiteitskaart. De Legesverordening 2011 is niet gewijzigd in verband met de Wet van 13 oktober 2011, Stb. 2011, 440 (de Reparatiewet), noch is een separate verordening vastgesteld waarin de onderwerpelijke heffing is geregeld. In hoger beroep is in geschil of de verordening voldoende grondslag biedt voor de litigieuze heffing. Het Hof is van oordeel dat van de rechtsgeldigheid van de in de Reparatiewet vervatte terugwerkende kracht moet worden uitgegaan. Voorts is het Hof van oordeel dat de Reparatiewet niet bewerkstelligt dat de onderhavige heffing een deugdelijke juridische grondslag heeft; alleen de gemeenteraad is bevoegd de essentialia van gemeentelijke belastingheffing in een verordening neer te leggen, niet de formele wetgever. Ten slotte is het Hof van oordeel dat de ongewijzigde verordening niet geacht kan worden te zijn gebaseerd op de Reparatiewet. Nu het belastbare feit als bedoeld in artikel 1 van de Reparatiewet niet is opgenomen in de Legesverordening 2011, is heffing niet mogelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken