Hof 's-Hertogenbosch 23 april 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8257

Opiumwet: Bewijsuitsluiting wegens vormfout leidt tot vrijspraak van omvangrijke drugstransport. Het hof is van oordeel dat met het vroegtijdig vernietigen van alle monsters van de in een zeecontainer aangetroffen vermeende cocaïne een inbreuk is gemaakt op een fundamenteel element van verdachtes recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, meer in het bijzonder van het daarin vervatte beginsel van ‘equality of arms’. Naar het oordeel van het hof is hiermee sprake van een vormverzuim in het vooronderzoek, welk verzuim niet kan worden hersteld en waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken, een en ander zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Door dat vormverzuim is verdachte naar het oordeel van het hof in zodanige mate beknot in de mogelijkheid het resultaat van het rapport, inhoudende de analyse van de in de container aangetroffen stof, te toetsen dat bewijsuitsluiting van dit resultaat de enig passende wijze is waarop het door het verzuim veroorzaakte nadeel kan worden gecompenseerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen