Hof 's-Hertogenbosch 28 november 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5765

Voortzetting van het geding na de verwijzingsarresten van de Hoge Raad van 15 april 2011, nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324, en van 16 november 2012, nr. 12/00967, ECLI:NL:HR:2012:BY3272. KB-Lux. Uitsluitend de verhogingen en boeten zijn in geschil. De navorderingsaanslagen stonden na de eerste verwijzingsprocedure reeds onherroepelijk vast. Na het tweede verwijzingsarrest heeft belanghebbende openheid van zaken gegeven. Het Hof heeft de verhogingen (na kwijtschelding) en boeten verminderd tot bedragen die het passend en geboden acht. Vervolgens heeft het Hof een vermindering van deze verhogingen (na kwijtschelding) en boeten toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof acht de vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn daarmee reeds vergolden en oordeelt dat belanghebbende daarom niet in aanmerking komt voor een vergoeding wegens immateriële schade.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken