Hof 's-Hertogenbosch 4 december 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BL4975

Belanghebbende is een maatschap die een championkwekerij exploiteert. Twee van de drie maten bouwen een woonhuis, waarin onder meer een kantoorruimte die mede voor de onderneming van belanghebbende wordt gebruikt. Belanghebbende heeft gevraagd om teruggaaf van alle omzetbelasting die op de bouw van het pand drukte. De inspecteur wil niet verder gaan dan een aftrek van 10 % en hierin is de rechtbank de inspecteur gevolgd. Belanghebbende heeft nog gesteld dat ten tijde van de oplevering van het pand het arrest Charels-Charles Tijmen ( hierna: CT-arrest)er nog niet was en dat derhalve "op safe"was gespeeld. Het Hof stelt vast dat de omzetbelasting waar het om gaat aan belanghebbende in rekening is gebracht in de jaren 2002, 2003 en 2004, waarbij het grootste deel in 2003, te weten € 39.087 van de in totaal € 49.131,52. Het Hof constateert vervolgens dat deze voorbelasting in de betreffende tijdvakken in 2002 en 2003 in aftrek had moeten worden gebracht en niet in 2004. Belanghebbende stelt dat dit in strijd zou zijn met de Europese regelgeving. Het Hof oordeelt dat de aanpassing van de wet OB na het CT-arrest ook bij gemengd gebruik een onmiddellijke en volledige aftrek toestaat op het tijdstip zoals is aangegeven in artikel 15, lid 1, wet OB. Het Hof verwijst verder nog naar het arrest Lennartz en verwerpt belanghebbendes beroep op het arrest Societe Thermale. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt door het Hof verworpen omdat ook na verschijnen van het CT-arrest belanghebbende het verzoek om teruggaaf van de eerder in rekening gebrachte omzetbelasting te laat heeft gedaan. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met verbetering van gronden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen