Hof 's-Hertogenbosch 16 oktober 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BK8382
Belanghebbende heeft tot 2000 in loondienst gewerkt en nam deel in het met de werkgever verbonden pensioenfonds. Belanghebbende heeft hier aanspraken opgebouwd op ouderdoms- en nabestaandenpensioenen. Na zijn ontslag per 1 augustus 2000 heeft belanghebbende de deelneming aan het pensioenfonds voortgezet. De inspecteur merkt de premie die ziet op de periode tot 1 augustus 2003 aan als negatief loon, zulks op grond van het besluit nr. CPP2002/1303M, NTFR 2002/1775. De premie die ziet op de periode na 1 augustus 2003 kan volgens de inspecteur niet in aftrek komen als negatief loon omdat de driejaarstermijn, genoemd in het Besluit, dan is verstreken. Belanghebbende wenst aftrek van de gehele premie. De rechtbank heeft geoordeeld (NTFR 2006/784) dat de aanspraken kwalificeren als lijfrenten en dat voorts aan alle eisen voor aftrek van de premie als uitgave voor inkomensvoorziening is voldaan. Het hof oordeelt anders. Er is geen sprake van een lijfrenteverzekering zodat de premie niet als zodanig in aftrek kan komen. Toch is het gelijk aan de zijde van belanghebbende, omdat de gehele premie volgens het hof als negatief loon in aftrek kan worden gebracht. Er is voldoende causaal verband met de vroegere dienstbetrekking en belanghebbende heeft betalingen gedaan waartegenover een voordeel staat dat hij nog uit de dienstbetrekking zal (kunnen) genieten. Uit Hoge Raad 7 oktober 1992, nr. 28 204, BNB 1993/5, leidt het hof dan af dat de premie als negatief loon in aftrek kan worden gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl