Hof 's-Hertogenbosch 7 juli 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ3843
1. Het begrip 'ter uitoefening van de jacht' a.b.i. art 50 Flora- en faunawet. De tenlastelegging is toegesneden op het zich met andere dan tot jagen geoorloofde middelen ‘ter uitoefening van de jacht’ in het veld bevinden (twee lange honden). Verweer verdachte: weliswaar met twee lange honden in het veld bevonden, doch niet ter uitoefening van de jacht (uitlaten honden). Het hof geeft een weergave van wettekst artikel 50, derde en vierde lid, Flora- en faunawet (degene die zich in het veld bevindt met (...) andere middelen waarmede kan worden gejaagd, wordt geacht zich daarmede ter uitoefening van de jacht in het veld te bevinden, tenzij het tegendeel blijkt) en de parlementaire geschiedenis (MvA I, 23 147, nr. 104b, p. 17). Hof: Dat van het tegendeel sprake is, is niet gebleken, noch is dit door de verdachte genoegzaam aannemelijk gemaakt. Volgt geldboete van EUR 100,- ter zake van deze overtreding. 2. Vijf maanden gevangenisstraf voor medeplegen van overtreding van de artikelen 9 en 13 van de Flora - en faunawet ('stroperij', nl. illegale jacht met behulp van lange honden, lichtbakken en snelle auto's) en deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven (stroperij). Artikel 140 Sr.
De uitspraak op rechtspraak.nl