Hof 's-Hertogenbosch 4 maart 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC9998
Nu de Inspecteur geen nader of ander bewijs heeft aangevoerd of aangeboden, waaruit blijkt dat er aan belanghebbende auto's in de jaren 1998 tot en met 2000 voor gebruik anders dan ten behoeve van het verrichten van arbeid dan wel in het jaar 2001 voor privé-doeleinden ter beschikking zijn gesteld, is er geen plaats voor een bijtelling ter zake van privé-gebruik ingevolge artikel 42, lid 3, van de Wet IB 1964 voor de jaren 1998 tot en met 2000, en voor het jaar 2001 ingevolge artikel 3.145, lid 1, van de Wet IB 2001. Het hof overweegt hierbij dat een eventueel niet-geautoriseerd en in strijd met de voorschriften van de vennootschap gebruikmaken van personenauto's, die eigendom zijn van de vennootschap, niet zonder meer leidt tot een "ter beschikking stellen" als bedoeld in artikel 42, lid 3, van de Wet IB 1964 voor de jaren 1998 tot en met 2000, en evenmin als bedoeld in artikel 3.145, lid 1, van de Wet IB 2001 voor het jaar 2001. Ook de onder 2.2 vermelde positie van belanghebbende in de holding en de vennootschap en de onder 2.2 vermelde aard van het bedrijf, dat in de vennootschap wordt geëxploiteerd, kunnen op zich niet leiden tot een "ter beschikking stellen" in evenbedoelde zin. Voor beide situaties dient een inspecteur, die een dergelijk standpunt inneemt, in elk geval aannemelijk te maken dat sprake was van genoemd gebruikmaken. Naar het oordeel van het hof is de Inspecteur in deze bewijslast niet geslaagd.
De uitspraak op rechtspraak.nl