Hof 's-Hertogenbosch 29 januari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7345

Tussen partijen is niet in discussie dat een relatief lage plaatsing in de aanbestedingsprocedure ten aanzien van de verschillende zorgvormen volgens de criteria van het aanbestedingsdocument (prod. 25 CZ) tot gevolg heeft dat voor aanvullende productieafspraken nauwelijks ruimte is. De aanbestedingsprocedure heeft voor COTL geresulteerd in een lage rangschikking voor de verschillende zorgvormen, zoals hiervoor onder 4.2 aangehaald. Tegen de aanbestedingsprocedure en de uitkomst daarvan zijn door COTL geen bezwaren gemaakt, zodat zowel het één als het ander thans als uitgangspunt heeft te dienen. Gelet hierop en op de rangschikking van COTL bij de verschillende zorgvormen komt COTL niet voor of nauwelijks voor aanvullende productieafspraken in aanmerking. Hierin ligt ook de grond voor het oordeel van de voorzieningenrechter, niet in een ten onrechte toepassen van een C-status.[..] Met haar grieven III, IV, XI en XII stelt COTL blijkens de daarop gegeven toelichting aan de orde dat het handelen van CZ volgens COTL naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. COTL voert daarbij aan dat de overeenkomst tussen COTL en CZ niet ongewijzigd in stand kan blijven, dat sprake is van een duurovereenkomst waarbij het CZ niet vrijstond voor 2007 een lager budget toe te kennen dan voor 2006 en dat COTL in een onmogelijke situatie is komen te verkeren omdat zij enerzijds niet minder zorg mag verlenen en anderzijds minder zorg moet verlenen. Het hof overweegt hierover het volgende. De overeenkomst die tussen partijen is gesloten vloeit voort uit (de uitkomst van) de aanbestedingsprocedure die, zoals gezegd, een gegeven is nu COTL zich daarbij heeft neergelegd. Tevens dient in aanmerking genomen te worden dat deze overeenkomst zich afspeelt binnen het geheel van wettelijke bepalingen en regelingen inzake de financiering van de zorg, waaraan CZ evenzeer als COTL is gebonden. Dat betekent dat CZ niet de vrijheid heeft ten behoeve van COTL af te wijken van hetgeen ook haar is voorgeschreven, zodat reeds om deze reden niet kan worden gezegd dat het handelen van CZ naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is aan te merken als onaanvaardbaar. COTL is in de problemen gekomen, dat is duidelijk. Dat wil evenwel nog niet zeggen dat CZ die problemen vervolgens dient over te nemen. Door COTL is naar het voorlopig oordeel van het hof niet aannemelijk gemaakt dat daarvoor een grondslag bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen