Hof 's-Hertogenbosch 26 februari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5105

art. 289 Sr: Verdachte wordt veroordeeld wegens moord op een 8-jarige jongen in zijn klaslokaal op een basisschool in Hoogerheide tot een levenslange gevangenisstraf. 1. Moord Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat verdachte voldoende gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op de betekenis of gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Het hof acht derhalve moord wettig en overtuigend bewezen. 2. Levenslange gevangenisstraf Het hof ziet, tegen de achtergrond van de ernst van het feit en gelet op de algemene veiligheid van personen, geen andere mogelijkheid dan het maken van een keuze uit een tijdelijke gevangenisstraf in combinatie met de TBS-maatregel en dwangverpleging, dan wel een levenslange gevangenisstraf. Met alleen een gevangenisstraf van tijdelijke duur kan naar het oordeel van het hof onder de onder I.2. in het arrest geschetste omstandigheden niet worden volstaan. Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof, op gronden als in het arrest vermeld, niet gebleken dat verdachte destijds lijdende was aan een geestelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Het hof komt, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, niet tot die conclusie, zodat het opleggen van een TBS-maatregel niet tot de mogelijkheden behoort. Naar het oordeel van het hof volstaat dan ook geen andere sanctie dan een levenslange gevangenisstraf. Het hof heeft in hetgeen naar voren is gekomen omtrent de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte noch in zijn opstelling tijdens het strafproces aanknopingspunten gevonden voor een andere beslissing. Uitspraak in cassatie vernietigd; LJN BI2315

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen