Hof 's-Hertogenbosch 19 februari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC4850

Het hof is van oordeel dat [persoon 1] is aan te merken als "de gewezen echtgenoot van de ambtenaar die zijn dienstverhouding waaraan hij het ambtenaarschap ingevolge de ABP-wet ontleende na 31 december 1995 voortzet", zulks als bedoeld in art. 18.20 PR. Het betoog van [appellant] dat dat niet zo is omdat hij na 16 augustus 1992 niet meer als een zodanige ambtenaar is aan te merken (toelichting grief 2), zulks met een beroep op de producties 3 en 4 mvg, verwerpt het hof. Immers, de brief van het ABP d.d. 21 september 1992 waarop [appellant] zich beroept (prod. 4 mvg) houdt slechts in dat het ambtenaarschap in de zin van de ABPW met betrekking tot de dienstverhouding van [appellant] bij het Ministerie van Financiën met ingang van 16 augustus 1992 is geëindigd. Dat laat het ambtenaarsschap van [appellant] ingevolge de ABP-wet met ingang van 16 augustus 1992 die hij ontleent aan zijn dienstverhouding als VUT-gerechtigde, onverlet. Het ABP heeft in dit verband gewezen op een intreebevestiging d.d. 21 september 1992 (prod. 1 mva) en heeft met een beroep daarop toegelicht (mva punt 9 - 11) dat [appellant] na 16 augustus 1992 ambtenaar bleef in de zin van de ABPW, zulks met betrekking tot zijn dienstverhouding als gerechtigde op een VUT-uitkering, en dat deze dienstverhouding na 31 december 1995 is voortgezet. In zijn akte uitlating productie d.d. 9 januari 2007 (punt 2-4) heeft [appellant] dit verweer van het ABP weliswaar (in algemene termen) betwist, doch de daarvoor door hem aangevoerde gronden ontkrachten niet de toelichting van het ABP. De stelling van [appellant] dat de intreebevestiging waarop het ABP zich beroept door hem niet is ontvangen en ondertekend, brengt niet mee dat zijn rechtspositie met ingang van 16 augustus 1992 een andere is geweest dan het ABP stelt. Dat spreekt te meer, nu [appellant] niet deugdelijk heeft toegelicht op welke andere grondslag dan zijn voortgezette dienstverhouding tijdens de VUT-periode hij na 16 augustus 1992 nog als deelnemer in de pensioenregeling van het ABP pensioenjaren is blijven opbouwen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen