Art. 8a PSW
Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW)
1. Indien het huwelijk van een deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een zodanige premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen, als de deelnemer ten behoeve van die gewezen echtgenoot zou hebben verkregen, indien op het tijdstip van de echtscheiding of van de ontbinding van het huwelijk zijn deelneming zou zijn geëindigd anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
2. Indien het huwelijk van een gewezen deelnemer eindigt door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, verkrijgt zijn gewezen echtgenoot een zodanige premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen, als de gewezen deelnemer ten behoeve van die gewezen echtgenoot heeft verkregen bij het eindigen van zijn deelneming.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid vindt geen toepassing, indien de man en de vrouw bij huwelijkse voorwaarden of bij een bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding anders overeenkomen. De overeenkomst is slechts geldig indien aan de overeenkomst een verklaring van het fonds is gehecht, dat het bereid is een uit de afwijking voortvloeiend pensioenrisico te dekken.
4. Het fonds verstrekt aan de gewezen echtgenoot van de deelnemer of gewezen deelnemer een bewijs van diens aanspraak.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 31 augustus 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ0535
- HR 12 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1289
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 21 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:600
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 18 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI9625
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO6998
- Hof 's-Hertogenbosch 11 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2407
- Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:2865
- Hof Amsterdam 21 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:111
- Hof Amsterdam 30 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:4028
- Rb. Zutphen 31 mei 2006, ECLI:NL:RBZUT:2006:AX6825
- Rb. Utrecht 16 juni 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BM9266
- Rb. Utrecht 6 mei 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4718
- Rb. Rotterdam 26 juli 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5850
- Rb. Rotterdam 30 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BW2560
- Rb. Overijssel 14 februari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:604
- Rb. Amsterdam 16 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9779
- Conclusie A-G Verkade 20 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG7995
- Conclusie A-G Huydecoper 5 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1974
- Conclusie A-G Keus 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1290
- Conclusie A-G Keus 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1289