Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2842

Van rechten en verplichtingen die betrekking hebben op een bepaald gebied zoals bedoeld in artikel 44 lid 2 van de Wet ahri kan bijvoorbeeld sprake zijn bij rechten en verplichtingen uit een lopende huurovereenkomst. Die rechten en verplichtingen gaan bij een gemeentelijke herindeling door toepassing van artikel 44 lid 2 Wet ahri over op de gemeente waaraan het gebied waarin de betreffende onroerende zaak ligt, wordt toegevoegd (zie in vergelijkbare zin bijvoorbeeld KB 23-02-1989, AB 1989, 228, LJN AN0386). In een dergelijk geval staan de rechten en verplichtingen over de periode vanaf de herindeling in rechtstreeks verband met gebied dat dan tot de betreffende gemeente behoord. In dat geval nopen de belangen die artikel 44 lid 2 Wet ahri beoogt te dienen ertoe dat de betreffende rechten en verplichtingen overgaan op de gemeente waarin de onroerende zaak ligt. Van een dergelijk rechtstreeks verband met het betreffende gebied over de periode vanaf de herindeling is in het onderhavige geval geen sprake. De door [appellanten] gestelde verplichting om wegens een onrechtmatige daad schade te vergoeden vindt weliswaar zijn oorzaak in een door de gemeenteambtenaar uitgevoerde berekening die betrekking heeft op het bedrijf dat gelegen is in gebied dat is overgegaan op de gemeente Haaren, maar dat brengt niet mee dat de verplichting tot schadevergoeding, die berust op een enkele jaren vóór de herindeling beweerdelijk gepleegde onrechtmatige daad, ten tijde van die herindeling nog zodanig met dat gebied was verbonden dat toepassing moet worden gegeven aan artikel 44 lid 2 Wet ahri (zie in vergelijkbare zin ABRS 26-9-2000, JB 2000, 322, LJN AA7510). Ten tijde van de gemeentelijke herindeling was sprake van een latent aanwezige verplichting tot schadevergoeding wegens een voltooid (beweerdelijk onrechtmatig) handelen uit het verleden. Het enkele feit dat het gestelde onrechtmatige handelen zijn oorsprong vond in een gebied dat overgegaan is op de gemeente Haaren is naar het oordeel van het hof onvoldoende om toepassing van de uitzonderingsregel van artikel 44 lid 2 Wet ahri te rechtvaardigen. Het voorgaande voert tot de conclusie dat in het onderhavige geval geen grond bestaat voor toepassing van artikel 44 lid 2 Wet ahri, zodat toepassing moet worden gegeven aan artikel 44 lid 1 Wet ahri en geoordeeld moet worden dat de gestelde verplichting tot schadevergoeding overgegaan is op de gemeente Tilburg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen