Hof 's-Hertogenbosch 28 augustus 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB2385
Implanon is een anti-conceptiemiddel in de vorm van een staafje dat het hormoon etonogestrel afgeeft. Het staafje moet worden ingebracht in de arm van de vrouw. Ondanks het feit dat artsen bij de vijftien in deze procedure optredende vrouwen handelingen hebben verricht om het staafje in te brengen, zijn de vrouwen zwanger geraakt. Na constatering van de zwangerschap is het Implanonstaafje niet in hun lichaam aangetroffen. De vrouwen hebben de fabrikant van Implanon, Organon, aansprakelijk gesteld voor de door hen gestelde schade. Dertien van hen hebben ook hun arts aansprakelijk gesteld. Na een tussenvonnis van de rechtbank geeft het hof thans in de gevoegde zaken een oordeel over de bewijslast. De vrouwen stellen dat Implanon een gebrekkig product is, dan wel dat aan de artsen te wijten is dat het Implanonstaafje niet (correct) is ingebracht. Nu de vrouwen Organon dan wel de artsen aansprakelijk stellen, rust op hen de bewijslast van hun stellingen. Daartoe acht het hof deskundigenberichten noodzakelijk. Indien daaruit blijkt dat een correct ingebracht staafje redelijkerwijs niet vanzelf en ongemerkt uit het lichaam kan verdwijnen, moet die mogelijkheid als oorzaak van de afwezigheid van het Implanonstaafje worden uitgesloten. Dan zal in deze procedure ervan moeten worden uitgegaan dat de artsen het staafje niet of niet correct hebben ingebracht. In dat geval zijn de artsen in beginsel aansprakelijk. Daarnaast kan mogelijk ook Organon aansprakelijk zijn, namelijk indien de instructie betreffende het inbrengen van het Implanonstaafje gebrekkig was in die zin dat daardoor het risico op niet of niet correct inbrengen in het leven is geroepen. In verband met de deskundigenberichten wordt de zaak terugverwezen naar de rechtbank. Het volledige arrest van 28 augustus 2007 leest u onder LJN: BB2385
De uitspraak op rechtspraak.nl