Hof 's-Hertogenbosch 28 juni 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0181

Het geschil komt derhalve neer op de beantwoording van de vraag of de bekendmaking van voormelde afschaffingswet op 23 december 2004 in het Staatsblad terugwerkende kracht heeft tot en met 27 augustus 2004, 17.00 uur, het tijdstip met ingang waarvan, aldus voormelde brief van de staatssecretaris, de Ministerraad had besloten de pc-privéregeling af te schaffen. De inspecteur heeft primair gesteld dat, terwijl de inhoudingsplichtige op het moment van de inhouding weliswaar rekening heeft mogen houden met het op dat tijdstip ( nog ) geldende artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel p van de Wet, dit nog niet impliceert dat de rechtbank op het moment van het doen van haar uitspraak van 8 februari 2006 geen rekening had te houden met de hiervoor in 4.2. beschreven wetswijziging. Het hof leest deze stelling van de inspecteur aldus, dat de rechtbank, ingevolge de AWB als rechter belast met het geven van de beslissing op het beroep tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaar, had dienen te toetsen of de uitspraak op het bezwaar naar het tijdstip van het doen van die uitspraak al dan niet in strijd was met het op dat moment geldende recht. Het hof is van oordeel dat die stelling van de inspecteur doel treft. Het hof stelt voorop, dat het in beginsel is toegestaan dat een wet in formele zin haar datum van inwerkingtreding kan bepalen op een tijdstip gelegen vóór dat van haar bekendmaking. Dit is niet anders indien het tijdvak van inhouding is gelegen tussen het moment van in werking treden en het moment van bekend maken van de wettelijke regeling. Gelet op de systematiek van de Wet waarbij voor de inhoudingsplichtige in een geval als het onderhavige de termijnen voor het doen van de aangifte zijn gesteld op een maand, zullen vaak een of meer aangiftetermijnen zijn verstreken tussen het tijdstip van de inwerkingtreding van de wettelijke regeling en dat van de bekendmaking in voormelde zin. Van belang is, of op het tijdstip van het doen van de uitspraak op het bezwaar door de inspecteur, de gronden van de beslissing worden geschraagd door de Wet. [..]

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen