Hof 's-Hertogenbosch 24 januari 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2047

Op grond van de door belanghebbende bij zijn beroepschrift overgelegde balansen van B en C is het Hof van oordeel dat de feitelijke werkzaamheden van deze vennootschappen bestonden uit het beleggen van vermogen. De activa van deze vennootschappen bestaan immers volgens deze balansen vrijwel uitsluitend uit liquide middelen, effecten en vorderingen op E en belanghebbende, terwijl uit de passiefzijde van de balans blijkt dat deze activa slechts voor een gering deel gefinancierd zijn door middel van leningen verkregen van niet verbonden personen of lichamen. Afgezien van de na 1 januari 1995 voortgezette financiering van E werden door C en B naar het oordeel van het Hof geen risico's gelopen die een particuliere vermogensbelegger met een zelfde vermogenspositie in het kader van normaal vermogensbeheer niet zou hebben aanvaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen