Hof 's-Hertogenbosch 4 oktober 2005, ECLI:NL:GHSHE:2005:AU5140
Het in het geding zijnde vonnis van de rechtbank Roermond van 9 november 2000 is gewezen en geëxecuteerd onder de werking van het vóór 1 januari 2002 geldende procesrecht. Dit betekent dat de door [appellante] met haar grief aan de orde gestelde vraag of dat vonnis tevens een titel oplevert voor het nasalaris (procureur), dient te worden beantwoord aan de hand van het destijds geldende recht. Vast staat dat [appellante] bij vonnis van de rechtbank Roermond van 9 november 2000 veroordeeld is in de kosten van het appel "tot aan deze uitspraak begroot op" ƒ 400,-- griffierecht en ƒ 1.095,-- salaris procureur. Naar het oordeel van het hof levert deze veroordeling niet mede een titel op voor de executie van het door de procureur van [gedaagde] gevorderde nasalaris. Weliswaar houdt de beslissing van de rechtbank Roermond in dat [appellante] alle proceskosten van het hoger beroep dient te dragen, dus ook eventueel nasalaris, maar de rechtbank heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 56 lid 1 en 3 oud Rv enkel de kosten die vóór de uitspraak aan de zijde van [gedaagde] zijn gemaakt bij het vonnis bepaald, zodat het vonnis ook slechts in zoverre een executoriale titel oplevert. Het bedrag van het gevorderde nasalaris - dat naar zijn aard eerst na het vonnis ontstaat - is niet in dat vonnis bepaald en daarom levert dat vonnis geen titel op voor de executie van dat nasalaris.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 474 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 477 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 485 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2 WTBZ
- Artikel 6:83 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 11 GDW