Hof 's-Hertogenbosch 21 december 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AS4020
In het onderhavige geval heeft belanghebbende door de bijzondere omstandigheden inzake de toewijzing van de thuiszorg echter geen vrije keuze gehad om thuiszorg, voor zowel echtgenote als kinderen, van de Stichting Opmaat af te nemen dan wel (mede) gebruik te maken van de diensten van de professionele kinderopvang-organisatie, zoals aan de orde. Het Hof is van oordeel dat, indien belanghebbende de 40 uren thuiszorg waarop hij recht had aan hem zouden zijn toegekend, hij die 40 uren thuiszorg ook daadwerkelijk zou hebben afgenomen. Nu de kosten van die thuiszorg zouden zijn aan te merken als uitgaven van extra gezinshulp, is het Hof onder de omstandigheden als aan de orde van oordeel dat de uitgaven van belanghebbende voor kinderopvang in 1998, anders dan gesteld in het slot van 4.4.1., wel kwalificeren als uitgaven voor extra gezinshulp als bedoeld in art. 46, derde lid, onderdeel b, Wet IB 1964.
De uitspraak op rechtspraak.nl