Hof 's-Hertogenbosch 9 februari 2004, ECLI:NL:GHSHE:2004:AO3222
Verdachte is vanwege de moord in september 1999 in Deventer op een zestigjarige vrouw – na vrijspraak door de rechtbank – door het gerechtshof te Arnhem veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Na een gegrond verklaarde aanvraag tot herziening heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het hof Den Bosch voor een nieuwe behandeling. Bij arrest van 9 februari 2004 heeft dit hof de veroordeling van het hof Arnhem gehandhaafd, echter op grond van andere bewijsmiddelen. Het hof concludeert dat op de blouse van het slachtoffer verschillende DNA-sporen afkomstig van de verdachte zijn aangetroffen, dat die sporen consistent zijn aan het gepleegde delict en redelijkerwijs geen andere uitleg toelaten dan dat deze moeten zijn ontstaan bij het plegen van het delict. Het alibi van verdachte wordt verworpen en uit de aard van het toegepaste geweld leidt het hof af dat sprake is geweest van voorbedachte raad. Het motief van verdachte is niet vast komen staan. Oplegging van een hogere of lagere straf is in casu ingevolge de wet niet mogelijk. Op grond van de nog immer geschokte rechtsorde beveelt het hof de gevangenneming van de verdachte.
De uitspraak op rechtspraak.nl