Hof 's-Hertogenbosch 16 juli 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AK3826

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen: I) Is de belanghebbende ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet? II) Kon de belanghebbende aan het niet uitreiken van aangiftebiljetten door de Inspecteur het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen, dat de belanghebbende niet als ondernemer werd aangemerkt? III) Indien de vragen I en II ontkennend worden beantwoord, kan de belanghebbende dan aan § 12 van de resolutie van 18 februari 1991, nr. VB91/347, onder meer gepubliceerd in V-N 1991/715, pt. 14 (hierna: de holdingresolutie) het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen dat zij geen omzetbelasting verschuldigd was? IV)Indien vraag I bevestigend wordt beantwoord, vormt de belanghebbende dan met E B.V. een fiscale eenheid ingevolge artikel 7, vierde lid, van de Wet? V)Indien voorgaande vragen ontkennend worden beantwoord, is de belanghebbende dan geen omzetbelasting verschuldigd ingevolge het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 14 maart 2001, nummer 36.166, onder meer gepubliceerd in BNB 2001/211?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen