Hof 's-Hertogenbosch 4 juni 2003, ECLI:NL:GHSHE:2003:AK3813

Tussen partijen is in geschil het antwoord op de volgende vragen: I Is het motorrijtuig ingericht als kampeerauto als bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet) juncto artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: het Uitvoeringsbesluit)? II Zo ja, heeft de belanghebbende ingevolge artikel 30, eerste lid, onderdeel a van de Wet recht op het zogenoemde kwarttarief voor kampeerauto´s over het naheffingstijdvak? III Zo nee, heeft de Inspecteur bij de belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen gewekt dat het kwarttarief over het naheffingstijdvak van toepassing was dan wel heeft de belanghebbende dat vertrouwen mogen ontlenen aan de handelingen van de Rijksdienst voor Wegverkeer (hierna: RDW), die, zoals de belanghebbende stelt doch de Inspecteur betwist, aan de Inspecteur moeten worden toegerekend? IV Is terecht een verhoging, na kwijtschelding, van fl. 50,= opgelegd?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen