Hof 's-Gravenhage 19 december 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6878

Internationale zaak. In geschil zijn de hoofdverblijfplaats van, het gezag over de minderjarige en (ingeval het gezag alleen aan de moeder toekomt) het vaststellen van een omgangsregeling en de daarmee samenhangende reiskosten. Een toelaatbare verandering dan wel vermeerdering van het verzoek van de vader. Geen nader raadsonderzoek nodig. In het belang van de minderjarige is het noodzakelijk dat het gezag over de minderjarige alleen aan de moeder toekomt. Dit heeft tot gevolg dat de moeder mag beslissen over de verblijfplaats van de minderjarige, zodat het verzoek van de vader dienaangaande zal worden afgewezen. Ook het verzoek van de vader hem alleen met het gezag te belasten wordt afgewezen en het hof komt niet toe aan het verzoek van de vader de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij hem te bepalen zodat dit verzoek ook wordt afgewezen. Artikel 1:377a lid 1 van het BW. Uiteindelijk zal het in het belang van de minderjarige zijn indien de ouders erin slagen een situtatie in het leven te roepen waarin ruimte is voor de minderjarige een onbelemmerd contact met de vader aan te gaan, bij voorkeur op regelmatige basis. Voor het hof valt niet (goed) te beoordelen of thans sprake is van ontzeggingsgronden als bedoeld in artikel 1:377a lid 3 van het BW. Inschakeling en medewerking van Oostenrijkse instanties lijkt onontbeerlijk. De Oostenrijkse rechter zal beter in staat zijn de belangen van de minderjarige ten aanzien van een omgangsregeling naar behoren te onderzoeken. Het hof zal de behandeling van de zaak voor zover deze de omgang betreft aanhouden opdat de vader een verzoek kan doen tot het vaststellen van een omgangsregeling aan het daartoe bevoegde gerecht in Oostenrijk. Ambtshalve bepaling van een informatieregeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen