Hof 's-Gravenhage 10 juni 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9414

Wat de verduistering en het medewerken van een bestuurder aan verboden transacties zoals ten laste gelegd betreft acht het hof met name niet bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde bedragen ter betaling van de daar vermelde facturen en ter uitvoering van de daar vermelde overeenkomsten, welke bedragen de verdachte met anderen en met rechtspersonen/opdrachtnemers uit hoofde van hun beroep of persoonlijke dienstbetrekking onder zich hadden, wederrechtelijk zijn toegeëigend. Wat het witwassen en de deelneming aan een criminele organisatie zoals ten laste gelegd betreft, acht het hof – gelet op het voorgaande - niet bewezen de essentiële delictsbestanddelen ‘afkomstig uit enig misdrijf’ respectievelijk ‘oogmerk tot het plegen van misdrijven’. Het hof spreekt de verdachte dientengevolge vrij van hetgeen hem ten laste is gelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen