Hof 's-Gravenhage 24 mei 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7688
Inkomstenbelasting. Er is geen reden om het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2009, nr. 07/13362, BNB 2009/295, waarin is geoordeeld dat de inspecteur in beginsel binnen een termijn van drie maanden na het indienen van de aangifte een (voorlopige) aanslag moet vaststellen, dermate ruim te interpreteren dat dit oordeel ook toepassing dient te vinden in een geval als het onderhavige, waarin zonder dat door (of namens) de belastingplichtige aangifte is gedaan aan deze bij voorlopige aanslag een teruggaaf algemene heffingskorting is verleend, welke (deels) bij definitieve aanslag wordt teruggenomen op basis van onder meer de aangifte van de (fiscale) partner. De Inspecteur heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl