Hof 's-Gravenhage 2 oktober 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5255
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van belminuten en sms-berichten toebehorende aan zijn (voormalige) werkgever zonder diens toestemming. Het hof is van oordeel dat een redelijke uitleg van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht met zich meebrengt dat belminuten en sms-berichten dienen te worden aangemerkt als een goed in de zin van voornoemd artikel, gelet op de functie die belminuten en sms-berichten in het maatschappelijke verkeer vertegenwoordigen. Het hof overweegt hierbij dat belminuten en sms-berichten een economische waarde vertegenwoordigen voor de bezitter daarvan. Bovendien is het hof van oordeel dat de bestolene – anders dan bij bijvoorbeeld het kopiëren van computergegevens het geval is – de feitelijke macht verliest over de belminuten op het moment dat een ander zich de feitelijke macht over de belminuten verschaft door deze belminuten met behulp van een simkaart – zonder toestemming van de rechtmatige bezitter daarvan – te gebruiken/te consumeren. De bestolene is op dat moment immers zijn zeggenschap over de belminuten kwijt.
De uitspraak op rechtspraak.nl