Hof 's-Gravenhage 16 juni 2004, ECLI:NL:GHSGR:2004:AP3229

De veroordeelde, eigenaar en grootaandeelhouder van - onder meer - de rechtspersonen [naam] en [naam], heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij te allen tijde over het gehele vermogen van al zijn bedrijven kon beschikken (mits hij daarover inkomstenbelasting zou betalen) en dat de geldstromen in het bedrijf zo waren opgesteld dat, al naar gelang de door hem meest aantrekkelijk geachte fiscale constructie, gelden en personeel werden ondergebracht bij één van de rechtspersonen. Gelet op die omstandigheid acht het hof aannemelijk geworden dat het de veroordeelde is geweest die het totale wederrechtelijk genoten voordeel in de zin van artikel 36e (oud) van het Wetboek van Strafrecht heeft verkregen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen