Hof Leeuwarden 25 juli 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2933

- Wijziging tenlastelegging in hoger beroep: zware mishandeling, subsidiair poging tot zware mishandeling. Het hof komt tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Het beroep op noodweer(exces) wordt verworpen. Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. In verband met de wijziging van de tenlastelegging, inhoudende een feit met een hoger strafmaximum dan in eerste aanleg op de dagvaarding stond vermeld, legt het hof een hogere straf op dan de eerste rechter. - De benadeelde partij is overleden anders dan tengevolge van het strafbare feit (art. 51a, tweede lid, Sv). De vordering van de benadeelde partij is ingediend door de weduwe. Onder verwijzing naar een arrest van het Hof Amsterdam d.d. 21 december 2000, NJ 2001, 168, is het hof van oordeel dat het voorgaande uitzondering lijdt in het geval dat de benadeelde partij overlijdt, nadat de benadeelde partij zich heeft gevoegd, maar voordat er op de vordering is beslist. In dat geval kunnen de nabestaanden met succes datgene vorderen wat de benadeelde zou zijn toegekomen. In het onderhavige geval heeft de benadeelde partij in zijn aangifte aangegeven de door het strafbare feit ontstane schade te willen verhalen op verdachte en zich daartoe ter terechtzitting te willen voegen als benadeelde partij. Gelet op dit wilsbesluit van de benadeelde partij, is het hof van oordeel dat de weduwe van de benadeelde partij zich namens de benadeelde partij kon voegen in het strafproces. De vordering wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen