Hof Leeuwarden 14 november 2007, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8269

Het hof overweegt dat de wetgever doelbewust de keuze heeft gemaakt voor een uniforme heffingsmaatstaf, die bij bedrijven inhoudt dat er een meting plaatsvindt waarbij het jaarlijkse verbruik wordt vastgesteld dat vervolgens de grondslag vormt voor de heffing. Uit die heffingen dienen alle kosten tot het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren te worden voldaan en tot die kosten behoren uitdrukkelijk ook de (boekhoudkundige) voorzieningen die de waterkwaliteitsbeheerder moet opnemen in de begroting. Deze keuze van de wetgever vormt een sterke aanwijzing dat de wettelijke regeling wordt doorkruist indien de kosten van het tegengaan en voorkomen van vervuiling ook buiten de heffing om kunnen worden gefinancierd. Dat de kosten in dit geval bovengemiddeld hoog waren, is geen omstandigheid die tot een ander oordeel noopt, ook niet als zij de daarvoor gevormde voorziening overstijgen. Dat in het model 1992 ook de algemene, boekhoudkundige, post "uitkeringen van derden" voorkomt, vormt al in het geheel geen reden om te oordelen dat de wetgever toch geen uitputtende regeling heeft gewild voor het onderhavige kostenverhaal. Bij een lozing die niet onder een vergunning valt, kan tegen de overtreder met bestuursdwang worden opgetreden en kan bestuursrechtelijk kostenverhaal in de zin van artikel 5:25 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) plaatsvinden, teneinde de gevolgen van de niet vergunde lozing ongedaan te maken. Dit algemeen bestuursrechtelijk kostenverhaal om in geval van overtreding de kosten tot ongedaanmaking van de overtreding op de overtreder te verhalen, is naar 's hofs oordeel, anders dan het waterschap betoogt, geen inbreuk op het gesloten stelsel van het verhaal van kosten van het tegengaan en voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren, nog daargelaten de omstandigheid dat naar 's hofs oordeel de in geding zijnde kosten op grond van artikel 5:25 Awb, vierde lid, niet langs de weg van bestuursdwang zouden kunnen worden verhaald. Het hof kan het waterschap dan ook niet volgen in zijn stelling dat op basis van de gedachte "de vervuiler betaalt" ATF de kosten van de door het waterschap verrichte onderzoeken wel zou moeten betalen indien de noodzaak tot verder ingrijpen niet is komen vast te staan. Het hof oordeelt met de rechtbank dat de Wvo, ook in combinatie met de kostenverhaalregeling in de Awb, niet de mogelijkheid biedt voor het privaatrechtelijke kostenverhaal op de wijze als het waterschap heeft beoogd en dat evengenoemde regelingen door een privaatrechtelijk kostenverhaal op onaanvaardbare wijze worden doorkruist. Dit treft zoveel de primaire als de subsidiaire door het waterschap gestelde grondslag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen