Hof Den Haag 18 juni 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2231

Kansspelbelasting. De kansspelbelasting is geen verboden heffing zoals bedoeld in artikel 401 van de Btw-richtlijn. Het Hof ziet geen aanleiding daarover prejudiciële vragen te stellen. Art. 14 EVRM. Art. 26 IVBPR. Geen schending van het discriminatieverbod omdat exploitanten van speelautomatenhallen onder de heffing van de kansspelbelasting vallen en exploitanten van speelgelegenheden niet. Art.1 EP EVRM. De heffing van kansspelbelasting is niet in strijd met artikel 1 EP EVRM. Belanghebbende maakt ook niet aannemelijk dat sprake is van een individuele en buitensporige last. Het fiscale neutraliteitsbeginsel is in deze zaak niet van toepassing. Geen strijd met algemene beginselen van behoorlijke wetgeving. Geen staatssteun.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken