Hof Den Haag 5 november 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2305
Huurrecht echtelijke woning en partneralimentatie. Anders dan rechtbank gaat het hof voor de draagkracht van de man uit van het feitelijk inkomen van de man en niet van het (hogere) gebruikelijke DGA-loon. Het hof stelt een lagere partneralimentatie vast dan eerder bij voorlopige voorziening is bepaald. De titel van de betalingen van de man is gelegen in de beschikking voorlopige voorziening nu de voorlopige voorziening ex artikel 822 lid 1 sub e Rv haar kracht behoudt totdat de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 1:156 BW in kracht van gewijsde gaat. Hoewel in beginsel op de vrouw een terugbetalingsverplichting rust vanaf het moment dat de onderhavige beslissing in kracht van gewijsde gaat, omdat het lagere alimentatiebedrag ingaat op de dag dat de echtscheiding is ingeschreven in de daartoe bestemde registers, is het hof van oordeel dat terugbetaling van de teveel ontvangen partneralimentatie in dit geval niet van de vrouw kan worden gevergd.
De uitspraak op rechtspraak.nl