Hof Den Haag 17 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1587
Verhuurderheffing. Voor het op verschillende wijze in de heffing betrekken van enig-eigenaren en mede-eigenaren bestond een objectieve rechtvaardiging, zodat het gelijkheidsbeginsel (discriminatieverbod) voor het heffingsjaar 2019 niet is geschonden. Dat geldt ook voor het gelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. De terugwerkende kracht van de reparatiewet voor het heffingsjaar 2020 is niet in strijd met artikel 1 EP en het rechtzekerheidsbeginsel. Gelijkluidende beslissing in de zaken met zaaknummers: BK-23/175&176, BK-23/184&185, BK-23/187&188, BK-23/189&190, BK-23/191&192, BK-23/193&194, BK-23/196&197, BK-23/202&203, BK-23/204&205, BK-23/206&207, BK-23/208&209, BK-23/210&211, BK-23/212&213, BK-23/214&215, BK-23/216&217, BK23/218&219 en BK-23/222&223.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Wattel 26 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:467
- HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:846
- HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:847
- EHRM 14 mei 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0514JUD006652911
- HR 2 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1909
- EHRM 29 april 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0429JUD001337805
- HR 21 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC5139